Een serie colleges over Griekse vazen en cultuur

Makron en zijn makkers.

Vaasschilders in Athene 525-475 voor Chr.

Techniek

En nu vragen sommige lezers: “Hoe deden die schilders dat met al die ingewikkelde figuren en vooral die reliëflijnen”.Makron I fig 122 Daarover moet ik twee dingen zeggen: Ten eerste, dat wij niet helemaal zeker zijn hoe dat zit, en ten tweede: ik wil graag uitleggen wat we wél weten, maar dat wordt wel een beetje technisch en dus minder gezellig. U bent gewaarschuwd.

Attica is rijk aan klei. Grote brokken klei leg je in grote bekkens met water, je trapt ze fijn en laat
het ruwere materiaal bezinken; het bovenste gaat in een volgend bekken en zo krijg je steeds fijnere pottenklei. Daar kun je onderdelen van potten mee draaien; dan zet je zo’n pot in elkaar: lichaam, voet, handvatten, soms een apart gevormde nek enz.Makron I fig 125a

Na grondig drogen werden de vazen mét beschildering éénmaal gebakken en wel in drie fasen: oxiderend, reducerend en weer oxiderend. Eerst stookte men, bijv. met houtskool, onder ruime luchttoevoer tot ± 850° ;na ongeveer acht uur stoken zijn de vazen door en door rood gebakken; vervolgens stopte men de toevoerdicht en vulde de oven met vochtige twijgen die bij het branden veel rook ontwikkelden; hierdoor werd wat rood was, diepzwart. Ten slotte maakte men de luchttoevoer weer vrij en liet de oven zeer langzaam afkoelen.
Nu oxideerde de klei weer tot rood maar de verfklei bleef zwart